Definition
▶
familie
Een groep mensen die met elkaar verwant zijn, vaak bestaande uit ouders en hun kinderen.
A group of people who are related to each other, often consisting of parents and their children.
▶
Mijn familie komt iedere zondag samen voor het diner.
My family gathers every Sunday for dinner.
▶
Zij heeft een grote familie met veel neven en nichten.
She has a large family with many cousins.
▶
Familie betekent alles voor mij, ze steunen me altijd.
Family means everything to me, they always support me.